Abstracte kunst en surrealisme
Abstracte kunst en surrealisme
Abstracte kunst en surrealisme

Abstracte kunst en surrealisme  intro

In de jaren 1920-1930 is het Vlaams expressionisme bij ons de belangrijkste kunstrichting. De kunstenaars combineren daarin elementen uit het Europese expressionisme en ook het kubisme met voorstellingen die vaak eenvoudig en volks zijn. Hier en daar dringen ook invloeden uit de abstracte kunst binnen; 'zuivere beelding' wordt die bij ons genoemd. Ze ontstaat aan het eind van de Eerste Wereldoorlog in Antwerpen, rond de essayist Michel Seuphor en dichter Paul Van Ostaijen. Enkele werken vertegenwoordigen deze abstracte stroming in het museum.

Abstracte kunst en surrealisme  intro

De discussies over de verhouding tussen cultuur, menselijke natuur, kunst en de werkelijkheid bereikten tussen de twee wereldoorlogen een hoogtepunt in het dadaïsme en het surrealisme. Brussel was een belangrijk centrum van surrealistische kunst, met een web van tijdschriften, kunsthandels en tentoonstellingen. Ook buitenlandse kunstenaars kwamen hier aan hun trekken. Het surrealisme, dat rond 1920 in Frankrijk ontstond, wil het onbewuste de vrije loop laten en op die manier mensen bevrijden van de strakke rede en logica; vandaar onder meer het belang van de droom en van het primitieve. Het surrealisme is na de Tweede Wereldoorlog over zijn hoogtepunt heen, maar de invloeden van deze richting en levenshouding blijven tot op vandaag in de kunst merkbaar.

Abstracte kunst en surrealisme  intro

Een open eindeDeze jongste richtingen die in het Museum voor Schone Kunsten met enkele werken zijn vertegenwoordigd, zijn intussen ook klassiek geworden. Ze vormen momenteel het 'open einde' van het museum, waarvan de collectie per definitie nooit afgesloten is. Niet alleen omdat er altijd aanvullingen mogelijk zijn, maar ook omdat de huidige hedendaagse kunst mettertijd deel gaat uitmaken van de geschiedenis.