overzicht
1820 ROMANTIEK EN REALISME
Dit doek uit 1820 is een treffend voorbeeld van het ideaal dat de leerlingen van de grote Franse neoclassicistische schilder David, zoals ook Joseph Paelinck, huldigden: het toont een episode uit een antiek Griekse liefdesroman, het is evenwichtig opgebouwd en de uitvoering is uiterst verzorgd. De vele figuren zijn als het ware gevat in gesloten omtreklijnen en hun gezichten stralen een bijna onaardse rust uit. Daar komt bij dat het verhaal achter het schilderij enkele typische deugden van de 19de-eeuwse burgermoraal propageert: trouw, standvastigheid, moed bij tegenslag, ...
De Griekse auteur Xenophon van Ephese vertelt in zijn boek 'Ephesische verhalen' de lotgevallen van de jongen Habrocomes en het meisje Anthia. Zijn roman bevat de traditionele ingrediënten van oud-Griekse liefdesverhalen, waar 'Daphnis en Chloë' de bekendste van is. Als de trotse Habrocomes de mooie Anthia ontmoet – tijdens een optocht in de beroemde tempel van de godin Diana in Ephese: het is deze episode die Paelinck hier schildert – wordt hij door toedoen van Eros verliefd. Eigenlijk gaat het om een straf van de god van de liefde, want Habrocomes bleef aanvankelijk onverschillig voor Anthia. Na hun huwelijk zullen ze allerlei avonturen beleven: ontvoering door piraten, scheiding, verkoop als slaven. Tot ze elkaar uiteindelijk terugvinden en vermoedelijk nog lang en gelukkig leven. Dit werk is een voorbeeld van zuiver neoclassicisme. Meer op de eigen tijd betrokken en toegankelijker zijn enkele andere schilderijen uit de collectie van het Museum voor Schone Kunsten: Zelfportret van Josse Sébastien Van den Abeele, Gezicht op het Colosseum van dezelfde schilder, en Portret van Colette Versavel van Joseph François Ducq.
Formaat
H: 229,8 cmTechniek
Olieverf op doekJaartal
1820