Wandtapijt
Wandtapijt
Wandtapijt
Wandtapijt
Wandtapijt
Wandtapijt

Wandtapijten  5 wandtapijten

In 1716 bestelde het Kasselrijhuis van de Oudburg in Gent een reeks van vijf wandtapijten, getiteld De Verheerlijking van de Goden. Het Kasselrijhuis was in die tijd een leenhof van het graafschap Vlaanderen, gelegen binnen de omwalling van het Gravensteen. De drie belangrijkste Brusselse legwerkers uit die tijd, de gebroeders Urbaan (1674-1747) en Daniël (1669-1728) Leyniers en Hendrik Reydams (1650-1719) voerden de tapijten uit. Jan van Orley (1665-1735) en Augustin Coppens (1668-1740) schilderden de ontwerpen voor de kartons, Van Orley de figuren en Coppens de landschappen. Wandtapijten werden bijna altijd in reeksen geweven. Het komt echter zelden voor dat een cyclus in zijn geheel bewaard is gebleven. Een volledig bewaard gebleven ensemble als De Verheerlijking van de Goden is een unicum in de Belgische museumcollecties.

Wandtapijten  5 wandtapijten

Het eerste wandtapijt toont ons De verheerlijking van Mars. Twee leeuwen, symbolen van oorlogsgeweld, trekken de zegewagen van de oorlogsgod voort. Op de ene leeuw zit een putto die een lauwerkrans op een stok omhooghoudt als symbool van de overheerser. De gevleugelde Fortuna begeleidt de andere leeuw. Onder haar arm draagt zij een rad, symbool van de wisselvalligheid van het lot. Soldaten voeren naast en achter de wagen oorlogsbuit en krijgsgevangenen mee in de stoet. Een gevleugelde figuur, de genius van de Overwinning, houdt Mars de zegekrans boven het hoofd, terwijl de Faam voor hem uitvliegt en zijn roem met bazuingeschal verkondigt. De brandende stad op de achtergrond illustreert het oorlogsgeweld dat de beschaving verwoest.

Wandtapijten  5 wandtapijten

Op het tweede tapijt zien we De verheerlijking van Apollo. De zonnegod zit op de aan hem gewijde berg Parnassus aan de rand van het bos en bespeelt, omgeven door zes muciserende en zingende muzen, zijn favoriete instrument, de lier. Als schepper van de goddelijke muziek is hij getooid met een lauwerkrans. In de verte ontwaren we te midden van een arkadisch landschap drie vaag weergegeven figuren. Het zijn vermoedelijk de overige drie van de negen muzen die de antieken kenden. De muzen staan voor wijsheid, welsprekendheid, een vredig gemoed en de gave om de daden van goden en mensen te bezingen. De verheerlijking van Apollo is een directe ode aan de beschaving.

Wandtapijten  5 wandtapijten

In De verheerlijking van Diana wordt hulde gebracht aan de tweelingzuster van Apollo en jongste dochter van Jupiter. Zij is zowel de godin van de jacht als de beschermster van in het wild levende dieren. Als maagd is zij tevens de godin van de kuisheid en de tegenpool van Venus. Samen met haar toegewijde en eveneens maagdelijke nimfen leeft Diana in de vrije natuur. Hier zien we haar, tronend onder een baldakijn, terwijl ze uitrust van de jacht.

Wandtapijten  5 wandtapijten

Met De verheerlijking van Minerva wordt opnieuw het belang van de beschaving beklemtoond. Minerva is, evenals Apollo, de antipode van Mars. Geboren uit het hoofd van Jupiter, is zij de godin van de wijsheid, van de kennis en van de vrede. Als strijdbare godin kan zij vrede doen heersen en beschermt zij de beschaving. De vrouw naast haar met de hoorn des overvloeds onder haar arm, symboliseert de Voorspoed. Verder zien we de Bouwkunst, de Beeldhouwkunst, de Schilderkunst, de Wetenschappen, de Poëzie en de Muziek. Allen komen zij Minerva eer betuigen. Op de voorgrond vernietigen twee putti oorlogstuig, terwijl de Faam de overwinning van Minerva met bazuingeschal verkondigt: de rede zegeviert over het zinloze geweld. Op de achtergrond zien we een ploegende boer en een haven. Zij staan voor de Landbouw en de Handel.

Wandtapijten  5 wandtapijten

Het laatste van de vijf tapijten, De verheerlijking van Venus, vormt als het ware een samenvatting van de overige. Omgeven door putti of amoretten, troont Venus, godin van de liefde, op een wolk en heerst over land en zee. Goden en mensen heeft zij in haar macht. Jupiter en zijn vrouw Juno, Apollo, Mars, de halfgod Hercules in leeuwenhuid met een knots in de hand, alle goden uit de Olympus bewonderen haar. Vanuit de zee kijkt Neptunus met zijn gevolg verlangend naar haar op. Zelfs de kuise Diana, slapend onder een baldakijn, wordt door een amorette met liefdespijlen belaagd en door saters bespied. Links boven zien we Venus en Mars in overspel. Mars symboliseert de heerszucht, Venus de tedere liefde: in de evenwichtige mens zijn de tegengestelde krachten harmonisch met elkaar versmolten.