De late middeleeuwen
De late middeleeuwen
Bekijk de virtuele rondleiding

De late middeleeuwen  intro

Het verhaal van de Gentse collectie begint, op een enkele ouder Italiaans werk na, in de 15de eeuw. Dat is voor de schilderkunst in de streek tussen Maas en Noordzee een revolutionaire tijd en een ongekende bloeiperiode waarin de markt explodeert. Dit is de eeuw van de Vlaamse Primitieven, het begrip waarmee de grote schilders uit deze tijd sinds de 19de eeuw worden aangeduid. Hét topstuk van vaandeldrager Jan van Eyck hangt in de Gentse Sint-Baafskathedraal: het Lam Gods. Andere belangrijke schilders zijn de Meester van Flémalle, Rogier van der Weyden, Hugo van der Goes, Dirk Bouts, Hans Memling... Belangrijke steden zijn in deze tijd onder meer Gent, Brugge, Ieper, Brussel en Leuven. In de 16de eeuw zal Antwerpen de fakkel overnemen. Vaak staan de gerenommeerde schilders aan het hoofd van min of meer omvangrijke ateliers. Dat groepswerk maakt de toeschrijving van de werken soms moeilijk.

De late middeleeuwen  intro

Met de Vlaamse Primitieven zet de schilderkunst een grote stap voorwaarts. Volgens een legende vond Van Eyck het schilderen met olieverf uit. Dat klopt niet, maar hij heeft het wel geperfectioneerd. De nieuwe benadering van de Vlaamse Primitieven heeft van in hun eigen tijd kunstenaars over heel Europa geïntrigeerd.Niet alleen de technische vooruitgang – bijvoorbeeld ook in de opbouw van de composities – verklaart de sprong van de schilderkunst. De 15de eeuw is tevens een periode waarin de middeleeuwer, die zich met heel zijn wezen naar God wendde, plaatsmaakt voor een nieuwe mens. Behalve naar God kijkt die eveneens met frisse ogen naar de aardse wereld. Toch blijft ook voor hem die aarde een nabootsing van de hemelse perfectie.Niet alle schilders (en opdrachtgevers) volgen de nieuwe evoluties even snel. In de Gentse collectie ontdekken we ook voorbeelden van behoudsgezinde schilderijen.